amirashawky.reismee.nl

Kerstavond in Peru

24 december 2017

Kerstavond in Peru. Bij ‘jullie’ in Nederland, is de kerstavond al ingegaan.
Ik zit buiten in de tuin van Sophia’s House, een hostel waar ik de afgelopen dagen ben neergestreken. Morgen vier ik Kerst hier, met onbekenden. Ik kijk uit op de prachtige bergen van de Sacred Valley. Een vallei die bekend staat om de vele heilige Inca-plekken / archeologische sites / krachtplekken. Een vallei die ook bol staat van de sjamanen, nep en echt. Ik weet nog steeds niet hoe de een van de ander te onderscheiden.

Ook ik ben de afgelopen weken in de handen van een sjamaan gevallen. Een hele jonge van 28 jaar! Sinds jonge leeftijd begonnen op het sjamanistische pad, in de voetsporen van zijn opa. Die hij overigens nooit gekend heeft. Tegenwoordig leeft hij met vrouw en hond in de sacred valley, en runt daar een retraite-centrum. Daar heb ik de afgelopen 3 weken als vrijwilliger gewerkt. Hij en zijn (Amerikaanse) vrouw, werken met medicinale planten, waaronder ayahuasca. In Nederland  ik verschillende malen via vrienden en familie over de plant gehoord. Niet allemaal positieve ervaringen. Met enige scepsis betrad ik daarom het centrum, maar toch nieuwsgierig genoeg om erheen te willen gaan, en meer over deze planten te willen weten en mogelijk ook te ervaren.
Na 2 weken observeren, en ook een aantal ceremonies van anderen bij te wonen, Pacco – de sjamaan – aan het werk te zien, en verhalen van ervaringsdeskundigen te horen, besluit ik zelf een ceremonie te ondergaan. Moeilijk te beschrjven wat hier gebeurt, want het is vooral een groot wonder, wat mij betreft. Ik zal its van deze ervaring proberen te delen. Wat feitelijk gebeurt is, dat je een drankje -  gebrouwen door de sjamaan himself - van de plant ayahuasca, drinkt. De Plant groeit alleen in de Amazone, de jungle. Er wordt ook wel gezegd dat Ayahuasca de ‘spirit’ van de jungle in zich draagt. Of IS. Ik heb verschillende dingen over de plant geleerd. Zo weet ik nu dat de plant vrouwelijk is. Er zijn namelijk ook mannelijke medicinale planten, die andere eigenschappen hebben. Eigenschappen van ‘Mamma Ayahuasca’ zoals ze door de sjamaan genoemd wordt, is dat ze compassie en creativiteit in je losmaakt. De plant laat je de waarheid zien, door middel van o.a. visoenen en beelden. De plant heeft ook een sterke helende werking. Zij ‘schoont’ je letterlijk op. Dat kan via het fysieke – het lichaam, of via de ‘geest’ of je ‘mind’. Je gaat de ceremonie in met een intentie of een vraag aan de plant. Dat betekent niet dat je op deze vraag altijd antwoord zal krijgen. Als de plant besluit dat je eerst iets anders nodig hebt, dan krijg je dat. De plant beschikt namelijk over een grote intelligentie, en laat zich niet om de tuin leiden door ons ego of onze mind, die ‘denkt’  te weten wat goed voor hem is. Ik ben er nieuwsgierig door geworden, ook door het zien en horen van de ervaringen van anderen. Velen beschrijven de invloed van Ayahuasca als ‘life-changing’. Zeker niet altijd leuk en ook niet iets om lichtzinnig over te doen, want de plant is zeer krachtig.

Er zit ook een ‘technische’ kant aan deze plant. Namelijk dat ze de stof DMT bevat, die o.a. ook in andere psychedelische middelen als LSD voorkomt. Deze stof zorgt voor de hallucinaties die mensen hebben, als ze de plant hebben gedronken. Ik heb na mijn ervaringen een documentaire bekeken, waarin door veel deskundigen de werking van Ayahusaca wordt belicht. Vooral vanuit een wetenschappelijke benadering. Maar ook de spirituele kant wordt belicht. Heel boeiend!

Door sommigen wordt gezegd dat 1 ceremonie van Ayahuasca vergelijkbaar is met jaren van therapie. Het gaat vele malen sneller dan therapie, o.a. doordat de plant ons gewiekste ego te slim af is. Wanneer je in een ceremonie zit, en de werking ondergaat, is er helemaal geen sprake van ego. Dat valt helemaal weg. Ik heb gesprekken met verschillende gasten van het centrum gehad, en deze vertellen mij dat de plant je in contact brengt met het universum, met andere dimensies. Dimensies waar wij met ons hoofd niet bij kunnen. Zij laat je dingen zien, met een doel. Om je iets te leren, over je eigen leven. Wat je te doen staat, waar jouw werk ligt, wat nog aandacht vraagt. Op vele verschillende manieren. Voor iedereen is een Ayauasca ervaring ook anders.

Mij hebben de ceremonies met Ayahuasca veel heling gebracht. Veel oude shit losgelaten. Ik voel me lichter. Kan moeilijk beschrijven wat er nu precies gebeurd is, maar er is veel opgeruimd in mij. Ik ben ook heel dicht bij mijn eigen kracht gekomen. Heb dat heel sterk gevoeld, hoe krachtig ik ben. De kunst is je over te geven aan de plant, en je niet te verzetten, want dan gebeurt er niets, of kom je in angst terecht. Dat ‘lukte’ bij mij vrij aardig. Mijn eerste psychedelische ervaring op mijn 50e! Veel ‘eerste keren’ maak ik hier mee op deze reis. Voor mij was het waardevol, en ik heb meer respect en bewustzijn gekregen voor planten. Dat deze ook een ziel hebben, een ‘spirit’ en dat daar veel wijsheid en intelligentie in verscholen ligt. Dingen waar wij in het westen niet of nauwelijks mee verbonden zijn, maar de natuurvolken met hun oude tradities wel. Het was bijzonder om daar iets van te proeven en te ervaren.

En daarna gaat mijn reis ook weer verder! Het leven gaat door. Na 3 weken vrijwilligerswerk bij Pacco & Chrissy, besluit ik mijn plannen om te gooien en een stukje mee op te reizen met Victor en Samantha. Victor is een andere vrijwilliger, een Belg van 25 jaar die zeer bereisd is. En Samantha was een van de gasten van de retreat. Zij is 28 jaar. Zij blijken beiden naar Puno te gaan, een stad in het zuiden van Peru, aan het grote Titicaca-meer. Het grootste en hoogst liggende meer van de wereld. Het ligt op een hoogte van meer dan 4000 meter! Ik had Puno en Titicaca ook op mijn programma staan, maar dan voor de kerstdagen. Leek me een mooie plek om de kerst door te brengen. Op de ochtend van de dag van mijn vertrek, besluit ik dat ik eigenlijk net zo goed nu daarheen kan gaan. Er zit toch nietmand op mij te wachten met Kerst bij Lake Titicaca! Wat maakt het uit!En bovendien is het ook weleens gezellig om een stukje met anderen samen te reizen. En met Kerst: dat zie ik dan wel weer, waar ik dan ben. Dat komt goed. Ik verbaas me over mijn eigen flexibiliteit en vermogen om plotsklaps mijn plannen om te gooien. ‘Go with the flow’ heeft dat in populaire termen. Nu ervaar ik pas echt wat dat betekent. Een van de mooie opbrengsten van mijn reis. In het moment voelen wat goed voelt, waar je hart naar uit gaat, waar je blij van wordt, en dat dan volgen. Veel reizigers die ik onderweg tegenkom, leven en reizen op deze manier. Zonder al teveel plannen. Een Engelsman die ik tegenkom,zegt het zo: ‘Het enige plan dat ik heb, is dat ik geen plan heb.’ Hij komt uit Londen en ik ontmoet hem in de bus op de terugweg van de Boliviaanse kant van lake Titicaca naar Puno (de Peruaanse kant). Hij vertelt dat hij vele jaren in het harde bedrijfsleven heeft gewerkt in de city of London, en daar nu voorgoed mee gebroken heeft. Het was een harde wereld, die steeds harder werd, en waar hij niet gelukkig van werd. Zijn plan is om op 3 plekken in de wereld een thuisbasis te creeren. Ons contact beperkt zich tot de busreis naar Puno, en daar gaan onze wegen weer uit elkaar. Dit vind ik ook zo bijzonder van het contact met andere rezigers: je komt ze tegen, hebt soms intense ontmoetingen waarin je zieleroerselen deelt, en even gemakkelijk ga je weer uit elkaar. Ieder zijns weegs. Zonder vast te willen klampen aan die ander. Wetend dat je elkaar waarschijnlijk nooit meer zult zien.

Zo tegen het einde van mijn reis, begin ik meer te bespiegelen en te beschouwen. Heb ik mezelf ook een wat rustiger reistempo aangemeten, om dit te kunnen doen. Over iets meer dan een week vlieg ik weer terug naar Nederland. Ik ga nog niet terugkijken, want het is nog niet voorbij! Maar jeetje, wat heb ik een bijzonder halfjaar achter de rug. Intens dankbaar dat ik dit heb kunnen doen. Dat er zo goed voor me gezorgd is, in allerlei opzichten.

En dan nu, ‘gezellig’ kerst vieren met mijn Nederlandse gastvrouw, bij wie ik nu verblijf. Danielle, die hier in de sacred valley een hostel runt en al ruim 6 jaar in Peru woont. Die zelf ook een wereldburger en wereldreiziger is, met het indrukwekkende aantal van 55 landen dat zij bezicht heeft. En dat terwijl ze ‘nog maar’ 41 is. Vanmorgen mijn befaamde pompoensoep gemaakt. Er komen vrienden van haar van over de hele wereld: 1 Peruaanse, 1 Amerikaan, 1 Engelsman, 1 Spaanse en wij 2 Nederlanders. Wordt een bonte mengelmoes, van samen delen en samenzijn. Ik verheug me!

Zie jullie weer in Nederland lieve mensen! Dank voor het ‘meereizen’ via dit blog en facebook! Was heel fijn om op deze manier de verbinding met het thuisfront te voelen, via jullie lieve berichtjes en recaties op mijn blog en foto’s. Dank, dank, dank!!

Liefs, Amira  




De avonturen halen mijn blog in!

Arequipa, 20 nov. 2017

Jeetje, het is alweer half november, realiseer ik mij. Ontzettend cliché om te zeggen dat de tijd zo snel gaat, maar zo is het echt! Hoewel de beleving van tijd hier een hele andere is dan in Nederland. Alsof ik in een soort parallelle werkelijkheid leef, waarin de tijd op z'n geheel eigen wijze voortschrijdt. Het voelt heel anders dan in Nederland. Wat ook daaraan bijdraagt daaraan, is het andere klimaat. Ik heb nu totaal geen besef en beleving van de herfst.

Als ik op facebook plaatjes uit nederland van de herfst zie voorbijkomen, is dat zo bizar voor mij. Ik zit hier in een werelddeel, waar sowieso de seizoenen omgekeerd zijn. Straks begint hier de zomer, in plaats van de winter bij ons. Dat betekent hier vooral veel regen! Verder zijn de verschillen tussen de seizoenen en de seizoensovergangen, hier niet zo groot als in Nederland. 

Gisteren kwam de zin in mij op 'Mijn avonturen halen mijn reisblog in'. Het is alweer bijna een maand geleden dat ik mijn laatste blog schreef, en er is in de tussentijd alweer zoveel gebeurd. Ik ben jullie nog een blog schuldig over mijn reisavontuur in de Peruaanse Amazone jungle. Jullie zullen het helaas met een alinea moeten doen! Ik houd het dit keer bij wat hoogtepunten uit de afgelopen weken. We reizen vanuit de jungle, naar het zuiden van Peru.

Naar de Andes of de 'Sierra', naar mijn Peruaanse familie in Ica en naar de koloniale stad Arequipa en de indrukwekkende Colca Canyon. De hoofdstad Lima heb ik met zorg gemeden. Ben in vogelvlucht van het vliegveld naar de busterminal gereden! 

Goed, en dan nu een anecdote uit de jungle. Heb daar zo'n top moment beleefd. Na bijna 4 dagen door de jungle te hebben gekanoed, met een privé gids, die zo'n beetje alles voor mij deed. Op het genante af soms. De gidsen nemen het peddelen in de kano op zich, waardoor je als een koningin half onderuit liggend alles aan je voorbij kunt laten glijden. Daarnaast bereiden ze alle maaltijden voor je, vangen ze de vis voor de maaltijden, doen de afwas, pakken de boot in en uit, maken je klamboe in orde, vragen voortdurend of je nog iets nodig hebt. Het gaat nog net niet zover, dat ze met je meegaan naar de wc! Afijn, was wel wennen voor mij. Als je aanbiedt om te helpen, wijzen ze dat van de hand. Goed, we zijn dus op dag 4, na het zien van veel verschillende apen, vogels en roze dolfijnen! Heel indrukwekkend en voor mij heerlijk om zo dicht bij de natuur te leven, in een basic 'cabana' te overnachten en te zien hoe het eten op open vuur bereid wordt, en van zo dichtbij allerlei wilde diersoorten te zien. We varen weer richting de ingang, waar we 4 dagen geleden het reservaat binnen gingen. Ik met mijn privé gids en een schotsman met de zijn. De schotsman heette Rodney en bleek muzikant van beroep te zijn. 

Een enorme dromer, die vaak 's avonds verrukt voor zich uit zat te staren over het water en naar de luchten. In de afgelopen dagen hebben we elkaar wat beter leren kennen via kleine gesprekjes aan het einde van de dag. Heel bijzonder! Rodney, of liever gezegd zijn gids, sleept 4 dagen lang met zijn gitaar in de kano rond, zonder dat hij erop speelt. Op de laatste dag, als we aangelegd hebben op een kloein stukje oever om onze lunch te nuttigen, daagt mijn  gids Rodney uit. 'He man, speel eens wat op je gitaar! We hebben tot nu toe nog niets van je gehoord. Dat wordt nu weleens tijd!' En Rodeney steekt van wal, met gitaar en zijn stem. Het zijn meer geluiden dan woorden, een beetje oerwoudgeluiden. De lyrics zijn eenvoudig. Het gaat over een zwarte maan, en dat is zo'n beetje de enige tekst die we te horen krijgen. Ik vind het prachtig, zijn stem, zijn gitaarspel, de ambiance. Ik geniet. Maar ook vooral van de uitdrukkingen op de gezichten van beide gidsen. Dit is typisch zo'n moment van Onbetaalbaar! Jammer genoeg was de batteruj van mijn telefoon leeg, en aangezien de jungle niet rijk bevoorraadt is met oplaadpunten, moet ik het met de herinnering doen die ik in mijn hersenpan en hart heb bewaard. Deze biede mannen weten niet wat ze overkomt, en weten niet goed waar enh hoe ze mjoeten kijken. We hebben het hier over een flink staaltje experimentele muziek. Geinspireerd op zijn reis door Peru, vertelt Rodney me later. En dan heb ik het nog niets eens over een legende die met geur en kleur verteld wordt door Mauro, de gids van Rodney, voorafgaand aan het optreden van Rodney. Dat was ook zoooo mooi! Een legende over een roze dolfijn, die veranderd was in een mens, en daarmee het hart stal van een jonge vrouw. Op de huwelijksnacht komt zijn geheim echter uit, als ziju ontdekt dat hij niet niet door zijn neus of mond ademt, maar door een gat zin zijn hoofd. De beste man is zelf opgegroeid in de jungle, en heeft ons daar verschillende verhalen over verteld. Over zwarte panthers, die zijn dochter hebben aangevallen, een overstroming waardoor hij en zijn gezin hun huis en al hun bezittingen kwijtraakten. Heel bijzonder om deze verhalen uit de eerste hand te horen. En ik hoef je natuurlijk niet te vertellen dat Rodney ook helemaal verrukt was van zijn gids. Het was mooi om ze samen te zien, twee bescheiden mensen die enorm van elkaars gezelschap genoten. 

De overgang vanuit de jungle naar het drukke Tarapoto, waar ik de volgende dag aankom, is groot. Ik heb nog geen zin in de drukte, in de stad, in het lawaai en getoeter, in de oorverdovende muziek die uit boxen schalt. Hoe komt het toch dat mensen hier altijd de volumeknop op z'n hardst hebben staan? Veel besef van overlast of 'personal space' hebben de mensen hier in het algemeen niet. Ze schijnen ook immuun te zijn voor de harde muziek van een ander. Vanuit Tarapoto maak ik de oversteek naar Lima. Mijn eerste binnenlandse vlucht met 'Peruvian'. Wel zo snel! Voor nog geen 80 euro vlieg ik in 1,5 uur naar Lima. En pak van daaruit een taxi naar de busterminal, waar een bus op mij staat te wachten naar Ica. Zo'n 5 uur rijden vanuit Lima. Hier begint mijn tweede vrijwilligerswerk avontuur. De eerste week bij Karina en Silvio in huis. Zij is de coordinator van het project, dat in een bergdorp op 5 uur rijden vanaf Ica ligt. Karina is zelf opgegroeid in een ander bergdorp, en heeft er haar missie van gemaakt, om met behulp van vrijwilligers uit alle windstreken, de mensen uit een aantal bergdorpen te verrijken met de kennis, ervaring en liefde die ze met zich meebrengen. Haar motief is het ontbreken van aandacht, steun en hulp vanuit de overheid voor deze afgelegen en rurale plekken. Waardoor de gemeenschappen veel tekort komen. Er is veel armoede, kinderen krijgen soms maar 1 keer op een dag een goede maaltijd, de hygiene is ver te zoeken, de huisvesting zeer pover en het onderwijs matig. Het waren twee pittige weken, zeker omdat het zo'n afgelegen en geïsoleerd gebied was en ik de enige vrijwilliger op dat moment. Ik kijk er achteraf met veel tevredenheid en vreugde op terug. Het was een verrijkende ervaring voor mij, niet in het minst vanwege de ontmoeting met Silvio en Karina. Twee hele bijzondere mensen die hun huis en leven voor mij en voor andere vrijwilligers openstelden. Op een manier die zo natuurlijk aanvoelt. Diep respect voor deze mensen, die mij ook een beete als familie hebben opgenomen. 

Hoogtepunt met Silvio, het maken van stamppot! Door het ontbreken van de juiste ingredienten, werd het meer iets van gebakken aardappelen met spek, heel veel gekookte groente en een lekkere bechamelsaus met kaas. Vooral dat laatste valt bij Silvio zeer in de smaak, en ik mag Peru niet verlaten voordat ik het recept nog een keer met hem maak. Als ik vertel dat bechamelsaus eigenlijk uit Frankrijk komt, probeert hij de Frase vrijwilligers ook zover te krijgen. Deze zijn wat aarzelend over hun bechamel kwaliteiten, en leggen de bal weer bij mij neer. Tsja, dat wordt dus oud en nieuw vieren bij Silvio en Karina. Ook geen straf. Zeker niet als je bedenkt dat Karina een geweldige kok is! 

Als mijn vrijwilligerswerk erop zit na twee weken, maak ik eerst nog een korte tussenstop bij Karina en Silvio in Ica. Van daaruit pak ik de volgende dag de bus naar Arequipa. Een kolonale stad ten zuiden van Ica. Inmiddels ben ik al heel handig geworden in het online boeken van bussen. Ik reis met de maatschappij 'Cruz del Sur'. Een zeer betrouwbare en ook wel luxe vorm van vervoer. En toch heel betaalbaar, als je op tijd boekt. Maar wel fijn als je lange afstanden reist. 

Nu ruim een week in Arequipa en omgeving. Een 3 daagse hike gemaakt in Colca Canyon, een van 's werelds grootste canyons! Indrukwekkend mooi. Arequipa wordt ook wel de 'witte stad' genoemd, vanwege de witte vulkaansteen, die hier is gebruikt voor de huizen. Arequipa wordt omzoomd door verschillende vulkanen en heeft in het verleden vele aardbevingen meegemaakt. De laatste in 2001. 

Vanavond reis ik weer verder en ga met de nachtbus naar Cusco. Daar wacht mij opnieuw een nieuwe vrijwilligersplek. In een retraite centrum. Weer even iets heel anders! 

Dikke zoenen uit Peru! 

Amira 

 












De oversteek naar Peru

Chachapoyas, 10 oktober 2017

Ik zit in Peru! Eergisteren de grens overgestoken. En het was weer een waar avontuur! Met de bus reizen is hier sowieso een avontuur, waar veel Peruanen en Ecuadorianen zich zelfs niet aan wagen. Gisteren sprak ik een Duits meisje, die net was aangekomen uit een of ander bergdorp, en  hele dag in de bus had gezeten. Ze vertelde dat van alle inzittende (stuk of 30), er slechts 3 waren geweest die niet hadden overgegeven van de vele bochten en het rijgedrag van de chauffeur. En die 3 waren alledrie Europeanen!

Gisteren, en niet alleen gisteren, had ik ook witte knokkels van het mij stevig vasthouden aan zittingen en handgrepen. Ze rijden hier als gekken soms. Maar goed, ik ben weer veilig aangekomen, ook weer in Peru. ‘s Ochtends om 6 over half 6 stond ik beneden aan de weg van het hostel, om op de bus naar Peru te wachten. De hostel-eigenaar had mij verteld dat de bus om 6 uur komt, maar afhankelijk van hoe druk het is en hoeveel mensen instappen onderweg, hij ook een kwartier eerder of een half uur later kan aankomen. Het werd een half uur later! Na bijna een uur langs de weg te hebben gestaan, en het langzaam licht te zien worden, stap ik in de bus. Nog half slapend, net als de rest van de bus - die overigens om die tijd al helemaal vol zat!- ging ik zitten. Rond 8 uur stopt de bus in een wat grotere plaats. De chauffeur en zijn ‘assistent’ (verkoopt de kaartjes in de bus, laadt tassen en andere goederen in, roept onderweg uit een openstaande deur wat onze bestemming is als we dorpen passeren, om nieuwe passagiers naar binnen te lokken: bijzondere baan..) verlaten de bus. De chauffeur roept: ’We gaan effe ontbijten mensen!’ in het Spaans. Het klinkt ook als een uitnodiging, waarop sommige mensen ook besluiten een ontbijtje te pakken. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, blijven ze een klein uurtje weg, vor deze ‘break’, en ondertussen blijft de motor van de bus gewoon draaien. Ik houd het zelf bij een kop koffie. Het alternatief: kip met rijst en ander onbestemds, spreekt me op dit uur nog niet zo aan.

Ruim 6 uur later komen we aan bij de grens met Peru. Daar stappen we uit de bus. Hij rijdt niet verder. Dat wist ik. In de bus otmoette ik een Pools stel, de enige andere buitenlanders in de bus. We ondernemen samen het grens-gebeuren. Eerst een stempel halen bij het Ecuadoriaanse ‘Oficina de Migracion’. Dit gaat weer gepaard met het invullen van de nodige formulieren, iets waar ze dol op zijn in dit land. Registreren, registreren, en nog eens registreren. Voor de gekste dingen. Maar goed, bij de grens kan ik me daar nog wel iets bij voorstellen. Na dit gedaan te hebben, krijgen we het begeerde stempel in ons paspoort. Volgende stap is de grens oversteken. In dit geval via een brug. De grens is namelijk een rivier, die we lopend ‘overbruggen’. We maken nog wat foto’s om dit bijzondere moment vast te leggen, haha! Als we de grens over zijn, is het bijna 2 uur. Daar blijkt dat de ‘migratie-meneer’ net effe met lunchpauze is. Dat kan nog wel een uurtje duren! We besluiten om dan ook maar even zelf een lunch te nemen. Juist ja, kip met rijst…. Ik had geloof ik kalkoen, want de mijne was 1,5 dollar duurder, maar geen idee wat het was eigenlijk. Behoorlijk taai en niet lekker, dus heb de helft laten staan. Volgende keer toch maar weer veilig voor de kip gaan.

Dan is het zaak om in het volgende dorp aan te komen: San Ignacio. Vanaf de grens rijden geen bussen, maar ‘camionetta’s’ of ook wel ‘collectivo’s’. Dat zijn kleine busjes die 6 tot 15 mensen vervoeren. We zien er echter geen enkele staan! Je moet je voorstellen dat het rond 2 uur is ‘s middags in een heel slaperig grens-stadje, waar wij drieen de enige toersiten zijn. Dit is duidelijk geen populaire oversteek! De meneer van het restaurant, evenals de migratie-meneer, schijnen er erg op gebracnd te zijn dat we en taxi pakken, die voor het restaurant staat geparkeerd. Het lijkt in helemaal niets op een taxi! Het is een oude station-car, met butsen en kapotte voorruit. We zijn wat argwanend, maar hebben niet veel keus. Het is het enige wat voorhanden is. We stappen in, en leggen onze rugzakken achterin. De taxi-chauffeur, die er ook helemaal niet uitzient als een taxi-chauffeur, moet nog even een ander stop maken. Hij rijdt in tegengestelde richting, en blijkt daar een paar enorm grote dozen te moeten inladen als vracht. Ja, dat gaat dus niet passen met die rugzakken! Hij haalt doodleuk de rugzakken uit de achterbak, en gooit ze op het dak. Met een simpel touwtje moet de boel wel blijven zitten. Wij kijken het allemaal aan, met de grootste argwaan. Wat IS dit voor iets? Ik doe nog even navraag naar de officieelheid van de taxi. Zo van: waar kan ik nu aan zien dat dit een officiele taxi is. Ik krijg een antwoord dat ik niet versta, en besluit dat we dit avontuur dan maar moeten aangaan. Ook dit moment van het opladen van de rugzakken, leggen we even vast, half met een glimlach en half met de nodige wargwaan. Het is ook wel bizar hoe dit alles verloopt. En dan op weg naar San Ignacio, de eerstvolgende grotere stad in Peru, waar ik de nacht zal doorbengen. De rit erheen is spannend: veel bochten in de weg die met grote snelheid worden genomn, en ondertussen maar hopen dat die rugzakken blijven liggen. We kijken elkaar op de ahcterbank regelmatig aan, met de nodige blikken en ondertussen houden we ons stevig vast een de hendels in de auto.

Na een uur komen we veilig aan op de plaats van bestemming. Op een soort busstation voor taxi’s en busjes. Ik maak dit voor het eerst mee, maar dit soort ‘stations’ kom je veelvuldig tegen in Peru. Onze rugzakken zijn ook veilig aangekomen. Ik neem afscheid van de polen en ga op zoek naar een hostel. Ik heb er een aageraden gekregen van het hostel in Vilcabamba en laat me met een moto-taxi naar het hostel brengen. Een behoorlijk sfeerloze plek, wat een grote overgang is na mijn hostel in Vilcabamba. Zo kan het dus van dag tot dag een wereld van verschil zijn. En ook daar wen je weer aan. Of, je doet het ermee. Het is maar voor 1 nacht, want de volgende dag wil ik vroeg weer op pad, om verder door te reizen met de bus naar de volgende bestemming.



Het Waarom van mijn reis

Vilcabamba, 3 oktober 2017

Een aantal weken zit ik al aan te hikken tegen het schrijven van een volgend blog. Ik begrijp niet zo goed waarom. Gisteren in de bus van Cuenca naar Vilcabamba, begint er iets te dagen. Ik wil geen reisverslagen schrijven. Ik wil niet beschrijven wat ik allemaal meemaak. Wat de highlights zijn. Deze reis gaat voor mij niet over zoveel mogelijk zien en meemaken. Waar gaat het dan wel om? Mijn blik verruimen? Mijn horizon verbreden? Mijzelf nog beter leren kennen? Ho meer verklaringen ik ga zoeken, hoe drukker het wordt in mijn hoofd. Ondertussen schuifelt een eekhoorn met een dikke grijze staart (ongeveer net zo dik en grijs als mijn eigen staart!) over de takken van de boom, waar ik tegenaan kijk. Waait er een zachte bries, en streelt de wind mijn huid en beroert de bladeren van de bomen. Kraait er een haan in de verte en laten de vogels in allerlei toonaarden van zich horen. Misschien gaat het reizen wel hierom: HIER ZIJN. Het BE-LEVEN. Met alle ups en downs, want ook reizen is niet altijd leuk. Het nemen in hoe het komt, en niet in hoe ik het bedacht heb.  

Gisteren in de bus luisterde ik naar het nummer ‘Song of life’, van Mirabai Ceba. De woorden drongen diep naar binnen, terwijl een prachtig berglandschap aan mij voorbijgleed: ‘Life is beauty, admire it; life is a dream, realize it; life is a challenge, meet it; life is a duty, complete it; life is a struggle, accept it; life is a tragedy, confront it; life is an adventure, dare it; life is an opportunity, take it; life is a game, play it; life is a promise, fulfill it; life is sorrow, overcome it; life is a song, sing it.’

Ik wil schrijven over waar deze reis werkelijk over gaat voor mij. Ik zal ‘met de billen bloot’ moeten, realiseer ik mij. Om het schrijven voor mezelf en voor mijn lezers aantrekkelijk te maken. En aantrekkelijk is niet van het ene hoogtepunt naar de andere springen, hoe verleidelijk dit soms ook is. Voor mij wordt het pas interessant, als het schuurt en wringt. Waar ‘struggle’ ik mee? Waar zit voor mij de schoonheid? Waar lukt het mij om te spelen? En, waar zit ik gevangen in mijn angst?

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen, dat ik de eerste 8 weken van deze reis, maar weinig schoonheid kon ontdekken aan dit land. Ik leefde in een kustplaats in Ecuador, die vergeven was van stof, stank en straathonden. Een plaats waar door de ligging tegen een bergrug, de zon ook nauwelijks scheen. De meeste dagen was het bewolkt. Het lukte mij niet door de wolken en het stof heen te kijken. Ook de armoede en de behuizing van de mensen trof mij. Ik miste de schoonheid. Dit was niet wat ik ervan verwacht had. Misen had het ook te maken met lang op 1 plek zitten. De laatste 10 dagen, nu ik zelf ben uitgevlogen, begin ik de overweldigende schoonheid van dit land pas te zien. Kom ik op de meest prachtige plekken, met magische landschappen.    

Goed, gewoon beginnen dan maar. Ik word dit jaar 50. Gisteren vroegen twee Duitse meisjes van begin 20, die an het ‘vrijwilligen’ waren in het hostel, aan mij waarom ik besloot deze reis te gaan maken. “Goeie vraag”, was mijn eerste antwoord. Een vraag waar ik het antwoord eigenlijk nog steeds niet heb voor mezelf. Goed, ik kan met allerlei mooi bedachte redenen aankomen. Dat ik dit jaar 50 wordt en dat het tijd is om mijn leven eens goed onder de loupe te nemen. Te reflecteren, en nieuwe inspiratie op te doen voor mijn toekomst. Een nieuw perpsectief creeeren op mijn leven. Dat mijn contract niet werd verlengd, en ik daarom maar besloot te gaan reizen in plaats van een nieuwe baan te zoeken. Omdat ik ook niet goed wist wat voor baan dan nu. Dat het idee om te gaan reizen al langer bestond, en nu eigenlijk een goed moment was. Hoe meer ik ‘verklaar’, hoe legitiem en plausibel deze verklaringen ook zijn, hoe verder ik van mijzelf kom te staan. Wil je het antwoord weten? Het echte antwoord? Het echte antwoord luidt: geen flauw idee! Echt! Geen flauw idee. Ik weet het, het klinkt raar misschien. Maar hoe meer antwoorden ik geef, het lijkt me allemaal verder weg te brengen van mezelf.

Het niet weten, was voor mij ook bijna een reden om helemaal niet weg te gaan. Mensen uit mijn nabije omgeving weten dit, en heb ik er veelvuldig mee lastig gevallen. Zozeer dat velen van hen zelfs dachten dat ik nooit aan deze onderneming zou beginnen. Zoveel twijfel, zoveel niet weten, zoveel verklaringen zoeken en niet kunnen vinden. Zoveel in mijn HOOFD! En nu opnieuw, deze vraag brengt mij direct naar mijn hoofd en niet naar mijn hart. Een heel vreemd fenomeen vind ik dit. En toch gebeurt het, iedere keer weer. Toen ik gisterenavond deze vraag kreeg, gebeurde het opnieuw. Voor het eerste sinds hele lange tijd, stelde iemand mij deze vraag. Misschien wel voor het eerst sinds ik op reis ben.

Het niet weten, vervult mij met schaamte en met ongemak. Het kan toch niet zo zijn, dat ik het niet weet?! Hoezo, niet weten? Er zijn toch legio redenen om te gaan reizen? Niemand om mij heen, schijnt zich uberhaupt bezig te houden met het waarom. Voor iedereen die reist, is het de normaaltse zaak van de wereld. ‘Waarom moet ik eigenlijk een reden hebben’, vraag ik mij af? En toch, ik voel me slap en stom, dat ik het niet weet. Betekent het dat ik niet geniet? Dat ik niet ‘hier’ ben? Nee, dat betekent het niet. Wel dat met enige regelmaat de vraag weer voorbijkomt, door mijzelf of door anderen gesteld. Vooral op de momenten dat ik me teveel op het ‘toeristische’ vlak begeef. De toerisische gebaande paden bewandel. Ik heb daar niet zoveel mee, heb ik gemerkt. En probeer mijn eigen pad te bewandelen. Te volgen waar ik blij van wordt, en waar mijn aandacht naartoe getrokken wordt.  

Ik ‘weet’ niet exact waarom ik hier ben. Ik weet wel dat ik hoop hier iets te vinden, een nieuwe richtign voor mijn leven. Een lichtje dat mij ergens heen leidt. Dat mij richting geeft voor de komende 50 jaar (!) van mijn leven.

En terwijl deze vragen mij vbezighouden, hoor ik de krekels en zit Ik op een van de meest prachtige terrassen in Ecuador. Weliswaar ‘by night’. Maar morgen is het licht, en kan ik ook nog van het uitzicht genieten. Dan zie ik tenminste weer, en tast ik niet in het donker. In mijn gedachten, die steeds donkerder worden. Die zich vullen met schaamte, schuld en zwaarmoedigheid. Morgen ziet alles er weer heel anders uit. Nu stop ik met deze schrijverij, deze gedachtenspinsels. Als de dag weer aanbreekt, zal ik er een nieuwe blik op weren. Zal ik er opnieuw mijn licht op laten schijnen. Bij daglicht wel te verstaan. Wie weet dat er dan zomaar een antwoord tevoorschijn komt!



Uitgevlogen

Ica - Peru, 22 oktober 2017

Vandaag precies 4 weken geleden uitgevlogen. Weg uit de bedding van het 'veilige' vrijwilligerswerk-bestaan! Was ook mijn opzet: de eerste 10 weken in deze 'bedding', waarin alles nog voor me georganiseerd was, van taalcursus tot vrijwilligerswerk. 

Toen het dan 4 weken geleden zover was, en mijn 'eigen' reis echt kon beginnen, kreeg ik behoorlijk de bibbers. Heel spannend om nu echt alleen op pad te gaan, alles zelf uit te zoeken, me te redden met mijn spaans, mijn eigen weg te vinden en uit te stippelen nu. Met de bibbers in de benen op pad gegaan, mijn 'host-mum' in Quito vaarwel gezegd, en met de bus vertrokken naar Latacunga, ongeveer 2 uur rijden vanaf Quito. Ik had nog ruim 2 weken, voordat mijn 90-dagen visum voor Ecuador afliep en besloot om richting het zuiden van Ecuador te trekken, te beginnen met een 3-daagse hike naar het kratermeer Quilotoa en vandaar verder zuidwaarts naar de koloniale stad Cuenca en het hippie/expat-dorp Vilcabamba. Vandaar zou ik wel verder zien. Voor de eerste dagen reserveer ik de hostels via hostelworld en booking, gaat allemaal heel makkelijk met app's. 

Het schrijven en het plaatsen van mijn schrijfsels is er in de afgelopen weken ook wat bij ingeschoten. Vandaar nu een paar verhalen in een keer. Ik begin met een wat beschouwelijk verhaal over het waarom van mijn reis. Een vraag die me werd gesteld door een paar Duitse meisjes die ik ontmoette, en die aanleiding was voor dit verhaal. Ik ben dan nog in Ecuador. Dan een verhaal over de oversteek naar Peru. Vanuit Vilcabamba besluit ik niet te doen wat de meeste toeristen doen - en dat is van daaruit naar de kust van Peru door te steken. Ik besluit om richting de Peruaanse Amazone te gaan. Er is iets wat me daar trekt, wat weet ik niet precies. Bovendien ben ik een beetje klaar met alle toeristiche hoogtepunten en 'moetjes' en ben ik op zoek naar een andere ervaring. Inmiddels kan ik aardig wat spanning hebben! En heb ik de smaak van het reizen te pakken gekregen. Dit is het verhaal van de busrit naar Peru. En dan volgt een verhaal over mijn jungle-avontuur. Een plek waar ik me even helemaal 'thuis' voel, in de eenvoud en het dichtbij de natuur zijn. Dit verhaal is nog niet helemaal af, maar plaats ik binnen een dag of wat. 

Geniet van de verhalen! 

liefs, Amira


"Fucking bueno"

“Fucking bueno”

“Fucking bueno” staat er in kleurrijke letters op zijn karretje met versgeperste sappies geschreven. We lopen door een van de vele straatjes van Montanita, een surfspot iets ten zuiden van Puerto Lopez, langs de kust. Het is weekend en we zijn op stap, dag 2 in Montanita, en na een serieus avondje stappen - inclusief mijn eerste trekjes van een joint – laat Kelly laat mij ‘t kraampje zien. We krijgen dit keer geen lachstuip, want ik was voorbereid op deze naam. Kelly is mijn grote maat in de slappe lach, en op een goede tweede plaats komt Tito, of Tituoi in het frans. Een lange frans(man), letterlijk en figuurlijk! Kelly en Tito zijn een ‘setje’ en hebben mij de avond ervoor ingewijd in de wereld van wiet! Heel lief en geduldig, mij uitleggen met mijn 49 jaar hoe je uberhaupt moet roken. Niet dat ik er veel van bakte, wat hun plezier alleen nog maar vergrootte. Kelly verklapt op een goed moment tegen Tito, dat ik helemaal niet ‘trek’ aan de sigaret, en dat er dus op deze manier echt niets gebeurt. En dat terwijl ik zo mijn best doe! Ik oefen nog wat en de sfeer wordt alsmaar beter. Op een goed moment zitten we midden op een zanweggetje een ijsje te eten, want dat schijnt goed te zijn, als je last van je keel hebt na het roken, zoals ik. En daar begint de eerste lachstuip. Gewoon, om dit moment, zo samen op de weg zitten, een hondje wat voorbij loopt en wij aan ons ijsje likkend. Ik merkte eigenlijk niet zoveel, en vertel dat ook aan mijn ‘partners in crime’, waarop zij mij heel hard uitlachen. Ik voel me nog bij mijn volle bewustwijn, en ja, ik moet toegeven dat sommige dingen wat grappiger overkomen dan anders, maar veel meer dan dat is het niet. Althans, zo beleef ik het. De slappe lach lukt mij ook nog wel zonder joint, maar gek genoeg geloven zij mij niet!

Na dit debuut – voor alles is een eerste keer! – lopen we terug naar het hostel. Daar zit een ‘security-guard’ met ‘onze’ Robin te praten, onze reisgenoot en mede-vrijwilliger op het project. Als we binnenkomen, vraagt hij naar onze namen, kamernummers en wanneer we zijn aangekomen. Op een hele militante manier. Ik voel me gelijk betrapt en ben op slag ontnuchterd. Als een klein meisje, sta ik met mijn handen in mijn zakken heel serieus en een beetje beteuterd te kijken. Op mijn voorhoofd staat in grote letters geschreven: ‘Ik heb wiet gerookt’. Als Kelly en Tito achter mij aan komen, sis ik Kelly iets te hard toe: ‘Securtiy’!!! De beste man schijnt een oud-militair te zijn, en er genoegen in te scheppen ons een beetje angst aan te jagen. Hij heeft de wiet natuurlijk allang geroken, en met mijn houding heb ik ons al verraden voordat hij ook maar iets geroken heeft.  Montanita is echter de stad van de hippies, surfers en de wiet. Je ruikt het overal op straat en in winkeltjes. Niemand kijkt ervan op. Na ons nog even goed gebobserveerd te hebben, mogen we doorlopen. Als een klein meisje dat betrapt is bij het stelen van een ijsje, druip ik af naar mijn kamer.

De avond is nog lang en het nachtleven moet nog beginnen. We gaan na de kennismaking met de ex-militair, Montanita in, wat ook wel bekend staat als ‘party-paradijs’. Op elke straathoek vind je wel een discotheek. Voor het eerst maak ik kennis met het Zuid-Amerikaanse uitgaansleven. We gaan wat discotheken af, en het valt me op dat maar weinig mensen dansen. Na 6 weken bijna niet gedanst te hebben, ga ik even lekker los op de muziek. Wat een bevrijding! Niemand danst met mij mee, maar dat vind ik geen enkel probleem. Langzaamaan komen er meer mensen op de dansvloer. In setjes bewegen ze zich op z’n latijnsamerikaans – lees: sensueel - om elkaar heen, wat heel ver af staat van mijn veel vrijere manier van bewegen. Er danst berhaupt niemand in z'n eentje hier. Dat vinden ze maar raar. Als ik de volgende dag aan Kelly vraag hoe ze denkt dat de gemiddelde Ecuadoriaan ernaar gekeken heeft, zegt ze dat ze vermoedt dat ze gedacht hebben dat ik ‘high’ was en daarom zo ‘gek’ danste. Ik ben verbaasd. Voor mij de normaalste zaak van de wereld om zo te dansen. Ik kom tot de conclusie dat ik geen middelen nodig heb om te kunnen lachen, om lekker te kunnen dansen, om te kunnen genieten en blij te zijn. Toch was het leuk om eens geprobeerd te hebben, ‘just for the fun of it’. En dat nog wel voor mijn 50e!

Goed, en dan het wat meer serieuze deel van dit blog! Inmiddels zit ik alweer op de helft van mijn vrijwilligersproject. De weken vliegen voorbij. Casa Buho is een bijzonder project, en ik ben heel blij dat ik hier ben neergestreken. Iedere week kent zo z’n hoogtepunten. Zo was er in de tweede week een ‘Bingo’, die we organiseerden voor Casa Buho, om geld in te zamelen voor elektriciteit en reparatie van het dak. Bingo is hier heel populair, en er kwamen maar liefst 200 mensen op af. Een groot succes. Voor het eerst maakte ik een heuse choreografie met de kinderen, op de muziek van ‘Moana’: een vissersdans! Tot en met de generale repetitie ging het als een trein, tot het moment van de uitvoering en de kinderen even ‘vergaten’ waar het publiek zat: met z’n allen stonden ze met hun rug naar het publiek te dansen! Dat mocht de vreugde echter niet drukken. Ze waren allemaal superblij en trots, en later op de avond hebben we het gewoon nog een keertje overgedaan! De bingo leverde meer dan 200 dollar op. Genoeg voor het aansluiten van elektriciteit en nog wat extra dingen, inclusief het verjagen van de duiven op het dak! Door de slechte staat van het dak, komt de duivenpoep naar binnen! Echt iets waar snel verandering in moet komen. Het schijnt hier echter veel voor te komen, en veel kinderen hebben hierdoor last van huidproblemen. De daken van zo’n beetje alle huizen, bestaan uit niet veel meer dan zinken platen. Ook hieraan merk ik dat dit echt een ontwikkelingsland is, en ver af staat van mijn eigen land en referentiekader. Ook in deze zin opent deze reis mijn ogen.

De laatste 2 weken zijn we in Casa Buho bgonnen aan een nieuw project: we gaan met de kinderen op reis en bootsen alles wat daarmee gepaard gaat na, inclusief paspoorten, vertrekhal, vliegtuig en stewards. Valeria heeft op haar telefoon zelfs vliegtuiggeluiden gedownload! De eerste bestemming was Antarctica. De kinderen vinden het GEWELDIG! Ontzettend leuk om al die blije en nieuwsgierige gezichtjes te zien! Valeria wil met dit soort projecten, de kinderen nieuwe ervaringen meegeven, die ze in het echt niet meemaken. Veel kinderen komen niet veel verder dan de grenzen van hun dorp. Het onderwijs in Ecuador is heel slecht en kinderen leren er bar weinig. Valeria vertelt me dat ze geen enkele leraar heeft gehad, waar ze met plezier aan terugdenkt en waar ze echt iets van heeft geleerd. Mensen met passie in het onderwijs komen hier niet of nauwelijks voor. Met deze kinderen is Valeria erg begaan, een belangrijke reden voor haar om Casa Buho op te zetten. Ze wil de kinderen leren dat er meer is in de wereld, dan hun eigen dorp en het eenvoudige vissersbestaan. Met haar boeken, haar enthousiasme en haar liefde weet ze de harten van kinderen te raken en te winnen. En ondertussen leert ze hen ook veel over de wereld en de mogelijkheden die deze biedt, ook voor hen.

Morgen vliegen we naar Tanzania. Ik duik nu mijn bed in, om deze vlucht niet te missen!

Dikke hug, Amira




'Just give him 5 numbers!' - Van Quito naar de kust

5 augustus 2017 - Puerto Lopez

'Just give him five numbers', zegt Patty tegen mij, als ons gevraagd wordt naar onze paspoortnummers. We zitten in de achterbak van de truck, iets wat hier sinds een jaar niet meer mag en waar je voor beboet kan worden. Dat staat echter los van de vraag naar het paspoort. We zijn op weg naar 'Las Freiles', een strand dat bekend staat om zijn mooie witte stranden. En als je geluk hebt, kun je vanaf het strand walvissen zien springen in zee. Het ligt in een natuurreservaat, en iedereen die het gebied betreedt, moet zich identificeren. Zoals je je hier voor de gekste dingen moet identificeren. Overal vragen ze je ID: in winkels als je met je bankpas of creditcard wilt betalen voor een flesje zonnebrand bijvoorbeeld. En nu dus ook hier. Patty heeft een lijst gemaakt met de namen van alle inzittenden: een groep Amerikanen die zij deze week begeleidt. En mijzelf. Mijn nummer staat niet op de lijst en ik ga driftig op zoek naar een foto van mijn paspoort, die ik voor dit soort situaties in mijn telefoon heb staan. 'Just give him five numbers', sist Patty mij toe, als ik aan het zoeken ben. Ze roept de man terug, en ik geef met een glashard gezicht, random vijf nummers. Nadat hij de nummers heeft genoteerd en zich omdraait en wegloopt, kijken wij elkaar aan en beginnen heel hard te lachen. 'Ze hebben geen idee waar ze naar vragen', zegt Patty tegen mij. Gewoon het spel meespelen! 

Als we de entree gepasseerd zijn, passeren we de volgende hindernis. Bij het hek worden alle tassen doorzocht. Er wordt een blik in je rugzak geworpen, en met een paar handen door de inhoud gevroet. Later begrijp ik dat je absoluut niets van het strand mee mag nemen, omdat het een natuurreservaat is. Daar checken ze op. Op het bord met verboden zaken, wat bij de ingang staat, vind je echter ook een blik tonijn afgebeeld staan. De mensen en de autoriteiten in dit land bliven mij verbazen!

Sinds ik een week geleden uit Quito vertrok, bevond ik mij in het gezelschap van een groep Amerikanen. Joanne, en lerares die Spaans doceert op een highschool, een aantal van haar leerlingen en Bobby, een oude jeugdvriendin van Joanne. De groep werd afgelopen week begeleidt door Patty, die voortdurend door Bobby en Joanne herinnerd werd aan het feit dat ze zo'n zware baan had! De groep heeft mij liefdevol opgenomen, geadopteerd kun je wel zeggen! Ik voelde me meer dan welkom, en werd bij alles meegevraagd, inclusief het uitje naar het strand. Op de heenweg in de bus, had ik al mijn vooroordelen al klaar. Over Amerikanen, over jongeren, noem maar op. Ze zijn definitely anders dan Europeanen. Maar het zijn ook mensen. Met een hart en gevoelens. Met passie en hartstocht. Jongeren die onzeker zijn over zichzelf en hun weg zoeken in het leven. Ik ben op zoveel momenten zo ontroerd geweest, over wat ik gezien heb bij hen. De passie van Joanne om deze jongeren in contact te brengen met een andere cultuur dan de hunne. Ze vertelde dat Spaans als vak, meer bijzaak is, een een mogelijkheid om dit soort uitwisselingen te organiseren. Haar levensdoel. Anthony, de enige jongen uit de groep met een groot hart. Echt een ongelofelijke lieverd. En Miranda, die kon eten voor 10 (en er niet zo uitzag!), en heel sociaal was, en met wie ik zo'n beetje het eerste contact kreeg door haar vragen, haar nieuwsgierigheid en haar verhalen die ze deelde. Het beeld is in de afgelopen week 180 graden gedraaid. Ik heb zoveel plezier gehad met Joanne en haar studenten! Ongelofelijk! 

Afgelopen week, was ook de week van de kennismaking met het vrijwilligersproject. Het project wordt geleid door een bezielde vrouw van begin 30: Valeria. Valeria is een begrip in Machalilla, het vissersdorp waar de school en haar centrum zitten. Het doel van het project, dat de naam 'Casa Buho' draagt, is om de kinderen op jonge leeftijd te stimuleren om boeken te lezen, en zo bij te dragen aan hn ontwikkeling en hun woordenschat. De gemiddelde Ecuadoriaan leest een half boek per jaar! Het project bestaat uit wekelijkse bezoeken aan de plaatselijke school, om voor te lezen en educatieve leesprojecten uit te voeren. Daarnaast heeft ze een centrum opgericht, waar kinderen na schooltijd naartoe kunnen komen om verhalen te lezen, om voorgelezen te worden en om spelenderwijs de liefde voor het lezen te ontwikkelen.

Als we op de eerste ochtend, samen met Valeria, bij de school aankomen, komt een horde kinderen ons tegemoet rennen, luidkeels haar naam roepend. Alle kinderen verzamelen zich in een kring om haar heen en beginnen haar hartstochtelijk te knuffelen. Het is een mooie gewoonte hier, om iedereen een dikke knuffel te geven, bij aankomst en vertrek. Al snel doen de kinderen dat ook bij ons, voor hen de normaalste zaak van de wereld, Voor ons ontroerend en ontwapenend. In de ochtenden werk ik, samen met de groep Amerikanen en twee andere vrwijilligers, op het schooltje. Vanwege een gebrek aan grote tafels, zitten we op de grond te werken met de kinderen. En dan zijn deze kinderen nog bevoorrecht: ze zitten immers op een priv'e-school. Wat betekent dat ze de ouders maandelijks een bedrag van $ 14 dollar per kind bijdragen, wat voor hen een vermogen is. Zeker als je bedenkt dat het aantal kinderen per gezin groot is en het een zeer arm dorp is.

We knutselen, lezen, en luisteren naar verhalen. Valeria is een meester verteller en de kinderen hangen aan haar lippen. Ze leest een verhaal over sterren, en vervolgens zingen we daar een lied bij. Spelenderwijs werkt ze aan lees- en taalvaardigheid. Met 40 kinderen en 14 volwassenen op een oppervlakte van zo'n 15 m2 werken, was voor mij een behoorlijke uitdaging. Ik werd al snel behoorlijk gek van de chaos, en me - in het Sopaans (!) verstaanbaar te maken.  Na 2 uur was ik doodop. En dan was er de middag nog! Bobby en Joanne hebben meermaals tegen me gezegd grote bewondering te hebben voor het feit dat ik dit 5 weken ging doen! Voor hen bleef het bij drie dagen. Drie dagen waarin we met elkaar 'Casa Buho'  een beetje mooier hebben gemaakt met muurschilderingen, een kapstok voor de kleintjes, pennenbakjes gemaakt voor de pennen en een uithangbord voor bij de ingang. Super hard gewerkt door de studenten en vrijwilligers. Mooi om het gemak te zien waarmee sommige van de jongeren contact maken met de kinderen. Voor de kinderen is het buitenlandse bezoek bijzonder interessant. Valeria legt uit waar we vandaan komen en dat sommigen van ons van een heel ander continent komen. Iets wat ze nog niet kunnen bevatten. Van Holanda hebben de meesten nog nooit gehoord! 

De komende weken meer over mijn werk op dit project. Vanmorgen de Amerikanen uitgezwaaid. Zij gaan weer naar huis en morgen komen er nieuwe vrijwilligers uit Quito. Zo is iedere week hier weer een verrassing! 

Gran abrzo, Amira


Mijn eerste week in Quito

Zaterdag 22 juli 2017 Quito
Het is zaterdagmorgen, 10 over half 8. Ik ben al een paar uur wakker en heb me net geinstallerd achter mijn ‘bureau’. Mijn lichaam moet nog erg wennen aan het tijdsverschil. ‘s Ochtends heel vroeg wakker en ‘s avonds om 8 uur uitgeteld.  Dan toch maar de avond zien te rekken, om hier in een goed dag-/nachtritme te komen. Valt nog niet mee, zeker nu ik geen e-book bij me heb en de wifi te zwak is om 'uitzending gemist' te kijken op mijn kamer. Zal ik het toch met het hier en nu moeten doen!

Ik kijk vanuit mijn kamer uit op een dakterras en daarachter weer de vallei waar Quito in ligt. Een inmense miljoenenstad, die voor mij nog een vreemde is. Daarachter de bergen, waar de Andes begint. Het dakterras waar ik op uitkijk, lijkt een soort open keuken.  Zo juist stond er een schoonmaker zijn emmers te vullen. En afgelopen week, zag ik er een vrouw koken. Wel iets om in de gaten te houden, als ik in mijn blootje ‘s ochtends van douche naar kamer loop!

Ik woon in een goeie wijk in Quito, genaamd ‘La Carolina’. Mijn gastvrouw is een superlieve Ecuadoriaanse, die veel binding  heeft met Europa. Ze is een weduwe van rond de 70 - schat ik in - en is getrouwd geweest met een Duitse man. Het is wel even schakelen van mijn zelfstandigen-bestaan, naar weer bij ‘moeders’ wonen. Mijn was wordt gedaan, mijn ontbijt en avondeten voor me bereid. Mijn 'gastmoeder' heet Eulalia - "ze noemen me Lali" - en heeft een goed gevoel voor humor. Een opgewekte, lichthartige vrouw. Fijn om bij in huis te wonen. Ik zit hier samen met een Koreaanse, die vooral heel goed is in lief glimlachen en wiens vocabulaire niet veel verder reikt dan ‘He dormido bien’, wat zoveel betekent als ‘ Ik heb goed geslapen’. Mijn gastvrouw is verzot op de Koreanen, vanwege hun punctualiteit, hun netheid en hun braafheid. Jeetje, allemaal dingen waar ik nu net vanaf wil komen!! Nou ja, afgezien van netheid en punctualiteit dan. Daar was ik nooit zo'n ster in. Bizar om te merken, hoe snel ik hier weer in het ‘aanpassen’ kom, en wat dat met me doet. Hoe ‘klein’ ik me dan weer voel, en de weerstand die dit oproept. En tegelijkertijd is het ook hoe het hier is, als je in een gastgezin woont. Dat verschil kunnen zien.

Goed, en dan het leven in Quito en op de talenschool. Maandag begonnen met een introductie op de stad. Een city-tour gehad van een van de docenten. Allemaal in het Spaans. Na een uur, kun je eigenlijk al niets meer opnemen en had ik zwaar behoefte aan een kop koffie. Jaja, ik heb nog zo mijn gewoontes. Mijn niet zo subtiele hint hierover in gebrekkig Spaans leidde tot niets. Werd eigenlijk gewoon genegeerd, haha! Aan het eind kregen we dan toch een drankje: een heerlijk glas versgeperste sap in een juich-bar. Daar heb je er ontzettend veel van hier, met de meest 'gekke' combinaties. Vruchten waar ik nog nooit van gehoord heb. De Tour was niet zo aan mij besteed. Veel goud en pracht en praal in de kerken die we bezochten. Niet zo mijn ding. En verder een hele ceremonie bijgewoond van de wisseling van de wachten bij het Palacio del Gobierno. Inclusief een persoonlijk optreden van de President van Ecuador. Het was zo'n uitgebreide ceremonie, met paarden en toeters en bellen, dat ik verbaasd was van mijn lerares te horen dat dit dus iedere maandag gebeurt! 

Inmiddels heb ik mijn intrek genomen achter het bureau van mijn gastvrouw, omdat de wifi-verbinding hier beter is. Uitzicht is ook beter! Ik kijk uit op het Olympisch stadion, waar ze vanmorgen aan het skeeleren zijn. In de keuken draait de wasmachine en mijn gastvrouw is net vertrokken naar de markt. Op haar bureau een foto van haar overleden echtgenoot, waar ze tot nu toe nog niet over gesproken heeft.

Maandag een test gedaan op de school, om niveau Spaans in te schatten en dinsdag dan echt begonnen met de taallessen. Er wordt veel gesproken in de lessen, wat fijn is en ook goed om mijn spaans te verbeteren. Daarnaast krijgen we veel grammatica, en kijken we met elkaar elke dag een stukje spaanse film, waar we dan weer over converseren. Goede afwisseling in werkvormen, haha! Hilda is mijn lerares, klein van stuk en tenger. Maar een echte ‘juffrouw’. Op je telefoon kijken tijdens de les wordt hier bestraft met het innemen van je telefoon. Aan het eind van de les, krijg je een ludieke opdracht,en als je die goed uitvoert, krijg je je telefoon weer terug. Geweldig! Het overkwam een van mijn mede-studentes, die als opdracht kreeg om de cijfers 1 t/m 5 met haar lichaam uit te beelden. Goeie opdracht! Het cijfer 5 lukte haar niet, en daar heb ik het maar even van haar overgenomen. 

In veel dingen voelt het hier wat ouderwets, en voel ik me weer als een kind op de middelbare school. Ik ben ook omringd met veel jongere mede-studenten. Het meerendeel is rond de 20 of nog jonger. Slechts een paar dertigers, en ik span de kroon met mijn 49 jaar. Veel Amerikanen hier, en ook wat Fransen, Oostenrijkers, Duitsers en Engelsen. Het is makkelijk contact maken, maar ook wel oppervlakkig. Voor een diepgraver als mijzelf, niet altijd makkelijk om aansluiting te vinden. Maar goed, ook goed om me hierin te bewegen en op mijn manier mijn plek te vinden.

Dat lukte gisteren bijvoorbeeld, toen ik een presentatie moest geven in de klas. Een opdracht die we hadden gekregen,  die mij de gelegenheid gaf om iets meer van mezelf te laten zien. Thema: 'Dans' natuurlijk! Het was superleuk om voor te bereiden. Ik had een kleine playlist gemaakt, zodat ik mijn verhaal met muziek kon ondersteunen. Vooral de muziek werd gewaardeerd, ht verhaal over de 5 ritmes vonden mijn mede-studenten maar vaag, aan hun vage blikken te zien. Ik ging gewoon onverstoorbaar door en er was 1 iemand die echt interesse had en ook goede vragen stelde. Dat was leuk! Na afloop had ik ook gelijk met haar een mooi gesprek, ook over haar eigen presentatie. 

Van Quito heb ik nog niet zoveel gezien. Behalve dan het stuk van school naar huis, een wandeling van ongeveer 20 minuten langs een drukke doorgaande weg, met veel winkels en vooral veel kleine restaurantjes. Voor $ 3,50 kun je hier een prima warme lunch krijgen. Er zijn veel gelegenheden rondom de school. ‘s Avonds ben ik tot nu toe in huis, soms wat op internet en huiswerk maken. Het weekend is echt het moment om erop uit te gaan. Zometeen ga ik met een andere Nederlandse (!) vrijwilliger een lunch doen en dan samen naar de basiliek en misschien nog naar een markt.

Het vermelden waard is ook de directrice van de talenschool: Patty. Een bijzondere vrouw ook. Heel warm en ‘welcoming’. Voor mij als Nederlander komt het een beetje gemaakt over soms. Als je binnenkomt, rolt er een groot ‘ Holaaaaaa’  over je heen (=hallooooooo!), en komt ze je begroeten met beide armen open en een hele dikke knuffel. Super grappig en ook lief. Mensen zijn hier sowieso veel aanrakeriger Dat is heel gewoon. Patty is de Moeder van alle vrijwilligers. Woensdag had ik even een sechte dag. Was de dag ervoor veel te lang blijven hangen op school, en had aan het eind van de middag nog een gesprek over het project wat ik ga doen over een week. Om 5 uur ‘s middags nog een gesprek van langer dan een uur in het Spaans voeren, na een dag Spaanse les en een middagactiviteit, is niet echt aan te raden! Ik was helemaal kapot en in de war na afloop. ‘s Nachts enorm lopen malen over de verschillende mogelijkheden. De volgende dag in de pauze bij Patty op kantoor in huilen uitgebarsten en mij in haar armen laten vallen. Zij de mogelijkheden nog even rustig met me doorgenomen. En benadrukt dat zij en haar collega’s van de talenschool nu onze familie zijn, nu we hier in dit vreemde land zitten. Daar zit je dan als zelfstandige vrouw van 49, in de armen van een vreemde je hart uit te storten. En ben je weer even een heel klein meisje. Ik zal over 2 maanden wel wat gewonnen moeten hebben aan zelfstandigheid, maar voor dit moment geef ik me even over aan deze Moeder!

Inmiddels is duidelijk welk project het gaat worden de eerste periode na de taallessen. Hetis volgens mij een super-project! Patty is er ook heel enthousiast over, HAHA! Het is een project aan de kust in een vissersdorp. Super mooi gelegen en dichtbij Isla de la Plata, wat ook wel ‘het Galapagos van de armen’ wordt genoemd, omdat het met een boot goed te bereiken is en betaalbaar voor de armeren. Het ecosysteem is verder vergelijkbaar met dat van de Galapagos-eilanden en je schijnt er zelfs walvissen te kunnen zien! Zeker in deze periode. Het enige ‘nadeel’  is dat ik weer afscheid moet nemen van mijn gastgezin en gastmoeder (ik heb geloof ik wel iets met moeders….). Maar daar kom ik in een supergoed hostel, met wat meer vrijheid, en krijgen we ook twee maaltijden op een dag. Dus helemaal prima. Een iets andere formule, met een gastvrouw die ook een kamer in het hostel bewoont en voor ons kookt, maar niet wiens huis het is. Als ik er ben, zijn er ook 2 andere vrijwilligers. Dat is ook fijn. Er is een klein schooltje, waar we in de ochtenden aan het werk zullen gaan (o.a. Engelse les geven, geloof ik, maar goed, je weet het hier nooit....) en ‘s middags gaan we voorlezen aan en samen lezen met de kinderen van de vissers, zodat ze meer taalgevoel krijgen. Ik kijk er echt naar uit!

De talenschool waar ik mijn lessen volg, oganiseert 3 middagen per week activiteiten voor de vrijwilligers. Afgelopen week heb ik met school ‘Mitad del Mundo’  bezocht: de evenaar!  Ik heb wat foto's gedownload hiervan. Quito ligt exact op de evenaar, waardoor ze hier bijvoorbeeld alleen maar twee seizoenen kennen: zomer en winter. En waardoor het klimaat hier ook heel gelijkmatig is. Niet extreem warm en niet extreem koud. Hier noemen ze het ook wel wel ‘La clima eterna’ (het oneindige klimaat). Door de ligging op de evenaar, is de stand ten opzichte van de zon altijd hetzelfde is. Dit is tenminste wat ik van de dochter van de vrouw des huizes begrepen heb.

Goed, het wordt tijd voor mij om naar buiten te gaan! De wijk en de directe omgeving beetje verkennen en om 13 uur afgesproken met andere vrijwilliger in de stad.

Binnenkort meer verhalen!
Un abrazo, Amira